|
| |
Barmhartige
krakers in de Bisschopsmolenstraat
vrijdag
16 januari 2009 | 07:31 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 17 januari 2009 | 12:57
Het
verloren bos van de Bisschopsmolenstraat. ;Krakersmakelaar Alex Stoop voor het
pand in de Bisschopsmolenstraat. foto's Frank Poppelaars/het fotoburo
Wie
Wat Waar is een rubriek de lezer wil laten kennismaken met bijzondere,
opvallende of markante huizen, tuinen, gebouwen of plekken in de gemeente
Etten-Leur.
En
vooral met de mensen die daar wonen of werken. Aan het raam boven de verrotte
kozijnen van het pand aan de Bisschopsmolenstraat 77 hangt een A4-tje met de
tekst die passanten duidelijk maakt dat deze woning is gekraakt. De gehavende
voordeur, die schreeuwt om een likje verf, wordt met enige aarzeling geopend na
een druk op de bel. Binnen is het een chaos. Kartonnen dozen en huisraad staan
op elkaar gestapeld en kriskras door elkaar. Een trouwjurk die herinnert aan
betere tijden hangt eenzaam aan de kale muur en het geheel biedt een troosteloze
aanblik. Maar het is er vooral koud, ijskoud. Er loopt vanaf het pand van de
buurman een witte elektriciteitsdraad naar binnen.|
Provisorisch, maar legaal aangelegd. Bedoeld om de twee gekregen kleine
radiatoren op temperatuur te brengen en de ergste kou uit het pand te
verdrijven. Maar de gevoelstemperatuur is bijna gelijk aan die van buiten. En
dat is rond het vriespunt. De twee kinderen van vijf en drie jaar spelen
ongestoord met rode wangen en handjes van de kou op de grond. De kou lijkt hen
niet te deren. Moeder draait zwijgend een shaggie en vader doet voornamelijk het
woord. Voorzichtig kiest hij zijn woorden. "Nee, geen foto's en geen namen
in de krant", zegt hij nadrukkelijk. Waarom hij zo voorzichtig is?
"Wij zijn met de gemeente uit onze eerdere woonplaats in een procedure
verwikkeld." Verder wil hij er niets over kwijt. Alleen dat hij geestelijk
en lichamelijk een gebroken man is, die geen cent meer te makken heeft. Van huis
en haard verdreven hebben ze vanaf verleden jaar oktober als zigeuners
rondgetrokken. Zo bivakkeerden ze noodgedwongen op een camping in België. "Dat
was 'back to basic'. Leven in
tenten en dat was met twee kleine kinderen niet te doen. Ik voelde mij toen echt
een vluchteling." Via hulpverleners is hij uiteindelijk in contact gekomen
met Alex Stoop, voorzitter van de krakerorganisatie ZwartRode Vrijheid. En nu
zitten ze hier. "We moeten alles nog op zijn plek zetten",
verontschuldigt hij zich. In de keuken staat het gasfornuis in de hoek te
wachten om aangesloten te worden. Verrast is hij, door de hulp die hem en zijn
gezin van alle kanten wordt aangeboden en die hij met beide handen aanneemt.
" Wat moet ik anders? Dat moest haast wel die Brabantse gemoedelijkheid en
gastvrijheid zijn, waar jullie zo om bekend staan", glimlacht hij gelaten.
"De eerste prioriteit is op dit moment om ons huisje en leven weer op orde
te krijgen, want ik laat me niet het veld uit slaan. Wij zullen overleven, maar
nu wil ik gewoon even rust. Zoals wij er nu bij zitten, dat zorgt voor een
vreemd en naar gevoel."
Op de bovenverdieping regeert ook koning Winter met ijskoude hand. Een matras
ligt op de grond en in de twee ledikantjes van de kinderen liggen dikke stapels
dekens. Aan de kant wachten reusachtige knuffelbeesten zoals beer Winnie de Poeh
en zijn vriendje Teigetje om door mollige kinderarmpjes geknuffeld te worden.
De stroom wordt met instemming afgetapt bij de slijterij van Gijsbert de Kock.
En ook de twee radiatoren komen van hetzelfde adres vandaan. Dat bewijst maar
weer dat een goede buur beter is dan een verre vriend. De Kock: " Ik kan
niet begrijpen dat je een pand, dat niet jouw eigendom is, zomaar kunt
openbreken en er vervolgens in gaat wonen. Dat zal wel een generatiekloof zijn.
Echt blij ben ik niet met de situatie, maar dat neemt niet weg dat je deze
mensen niet in de kou kunt laten zitten. Uit mededogen help ik waar nodig
is."
Nee, hij vindt niet dat de straat met de diverse kraakpanden aan het verloederen
is. In de periode dat het pand leeg heeft gestaan, is er al diverse malen
ingebroken. De huidige eigenaar heeft het pand laten verpauperen en er is voor
zover ik het goed begrepen heb, gekraakt met de wet achter zich." Dat
beaamt Stoop. "Wij kraken 100 procent legaal", durft hij rustig te
stellen. "De criteria die wij hanteren zijn; staat het pand lang leeg?
Wordt het verwaarloosd? Heeft de eigenaar intenties om gebruik van het pand te
gaan maken? En wordt er door inbraken overlast in de straat veroorzaakt? Daarna
komen wij pas in actie. Wij kraken uit sociaal oogpunt. Er zijn verschillende
soorten krakers. Je zou kunnen stellen dat wij barmhartige krakers zijn. In de
Bisschopsmolenstraat staan diverse panden langdurig te huur. Natuurlijk zouden
wij daar liever in gaan zitten, maar dat doen wij niet. Wij zijn geen luxe
krakers. Of de gemeente blij met ons is? Dat denk ik niet. Wij zijn de luis in
de pels."
Een bijzondere bijkomstigheid, is dat aan de achterzijde van de woning een
zogenoemd verloren bos ligt, volgens Stoop. Ook dat is door de krakersgroep in
beslaggenomen met de bedoeling om het op te knappen en open te stellen voor het
publiek. Met een hekwerk en openingstijden om de rust in het bos te bewaren.
Bijzondere beesten moeten er volgens hem in het kleine natuurgebied zitten.
"Een Vlaamse gaai heb ik al gespot en die kom je toch meestal alleen in het
bos tegen", meent hij enthousiast.
De laatste bewoonster die in het pand gewoond heeft, was de moeder van A. Klep.
In eerste instantie was deze geschrokken, toen hij hoorde dat zijn ouderlijk
huis gekraakt was, maar dat was gauw over. "Ik leg mij er bij neer en wil
er verder niet op reageren."
|